
De VPW en de Kring kennen elk jaar twee prijzen toe: de Jaarprijs Politicologie (beste PhD) en de Daniel Heinsiusprijs.
De VPW is zeer verheugd te melden dat beide prijzen dit jaar naar een Belgische wetenschapper gaan:
De jury van de Jaarprijs Politicologie 2012, bestaande uit Ben Crum (voorzitter), Koen Vlassenroot, Paul Dekker, Marieke de Goede en Karen Celis heeft als winnaar aangeduid:
dr. Marlies CASIER
The Kurdish nationalist movement (in-)between Turkey
and Europe. Transnational political activism and transformation of home
through the EU.
(Universiteit Gent)
Dit
doctoraatsonderzoek gaat in op de vraag of en hoe Koerden uit Turkije gebruik
maken van de toetredingsonderhandelingen tussen de Europese Unie en Turkije om
hun eigen politieke eisen te agenderen. Meer specifiek wordt onderzocht wat
voor diplomatieke activiteiten Koerdische activisten opzetten binnen de
Europese instellingen om de onderhandelingen met Turkije te beïnvloeden. Daartoe
wordt aandacht besteed aan de politieke discours, strategieën en netwerken die
worden uitgebouwd, op en over verschillende niveaus van politieke organisatie (lokaal,
regionaal, nationaal en internationaal).
De inzichten
in dit doctoraatsonderzoek zijn gebaseerd op data verzameld door uitgebreid (antropologisch)
veldwerk naar de opvattingen en het handelen van politieke elites binnen de
Europese instellingen en in de Europese hoofdstad, evenals in Ankara, Istanbul
en Diyarbakir (Zuidoost-Turkije). Dit werd gecombineerd met archiefonderzoek en
analyse van documenten, en getoetst aan de literatuur. Tientallen Koerdische,
Vlaamse en Europese politici en politiek activisten werden geïnterviewd en/of
hun politieke activiteiten werden geobserveerd over een langere periode.
Het
onderzoek situeert zich binnen de transnationalisme studies, waarbinnen de
sociale werkelijkheid niet langer bestudeerd wordt binnen de grenzen van de
natiestaat, maar de transnationale dimensies van wat zich binnen staten afspeelt
in rekening gebracht worden. In de transnationalisme studies wordt aandacht
besteed aan de transnationale relaties, netwerken en praktijken van immigranten
en ‘diasporas’. Bij aanvang van dit onderzoek werd er daarom van uitgegaan dat
in de eerste plaats de Koerdische migrantengemeenschap in Europa en haar
politiek lobbywerk het voorwerp van onderzoek zou zijn. Uit het veldonderzoek blijkt
echter dat het politieke lobbywerk ten voordele van de Koerdische minderheid in
Turkije voornamelijk in handen is van de PKK, die zowel binnen Turkije als in
Europa (en dus transnationaal) het sterkst georganiseerd is: het zijn niet
‘Koerden’ die zich organiseren, maar het is de Koerdisch nationalistische
beweging, en in het bijzonder de PKK die zich politiek organiseert, en daarbij een
deel van het Koerdische publiek in Europa en Turkije kan betrekken. De sterke transnationale
organisatie van de PKK heeft implicaties voor de Koerdische associaties die in
Europa gevestigd zijn. Veel organisaties zijn of geaffilieerd met de PKK en/of faciliteren
contacten naar het sociale middenveld en de politieke wereld van het land van
vestiging. De casus van de Koerden uit Turkije problematiseert daardoor de
definitie van ‘diaspora politiek’: het transnationaal politiek activisme wordt
heel sterk aangedreven door oppositie actoren (nl. de PKK en BDP) die zich in
de eerste plaats vanuit Turkije organiseren, maar door middel van
transnationale netwerken over de grenzen heen opereren. Koerden die in Europa
gevestigd zijn spelen daarbinnen een ondergeschikte, faciliterende rol. Toch is
hun rol fundamenteel voor de uitbouw van een politiek draagvlak onder politici
en het sociale middenveld in de landen van vestiging (in casu Europese
lidstaten). Het onderzoek toont ook aan hoe de uitbouw van dit nationale
draagvlak fundamenteel is voor de politieke beïnvloeding op het Europese en
internationale niveau. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van verschillende
casussen die als afzonderlijke wetenschappelijke artikels gepubliceerd werden. Daarnaast
gaat het onderzoek in op de effecten van de oplijsting van de PKK als
internationale terreurorganisatie voor de politieke bewegingsruimte van Koerdische
beweging binnen Europa en in Turkije en de impact daarvan op de voortgang van
het conflict, evenals het belang van ‘transnational advocacy networks’ binnen
het transnationaal politiek activisme van de Koerdische beweging.
Andere kandidaten die op de shortlist stonden waren: Sofie Bouteligier. Global Cities and Networks for Global Environmental Governance. (verdedigd aan de Universiteit Leuven) en
Didier Caluwaerts. Confrontation and communication. Experiments on deliberative democracy in liguistically divided Belgium. (Vrije Universiteit Brussel)
De jury heeft 45 proefschriften op het terrein van de politicologie beoordeeld. De Jaarprijs werd op 31 mei uitgereikt, tijdens een feestelijke bijeenkomst op het Politicologenetmaal in Amsterdam.
De Daniel Heinsiusprijs 2012 werd
gewonnen door
Debby VOS
van de Universiteit Antwerpen
De NKWP (Nederlandse Kring voor Wetenschap der
Politiek) en de VPW (Vereniging Politieke Wetenschap Vlaanderen) reiken
jaarlijks de Daniel Heinsiusprijs uit, die de beste scriptie in de
politicologie in Nederland en Vlaanderen bekroont. Voor de editie 2012 werden
twintig scripties ingezonden: zestien uit Nederland, vier van Vlaamse
universiteiten. De jury koos uiteindelijk voor
de scriptie van Debby Vos met de titel “Vrouwelijke
politici in de media: beeld zonder klank. Een kwantitatief onderzoek naar de
aanwezigheid van vrouwelijke politici in de Vlaamse journaals”.
Debby Vos onderzocht de ondervertegenwoordiging van
vrouwelijke politici in het Vlaamse televisienieuws, de gender bias genoemd. Ze ging na of deze gender bias verklaard kan worden door externe factoren of dat de
media de bias zelf creëren. Hiertoe onderzocht
ze de invloed van twaalf mogelijke verklaringen. Deze verklaringen bestaan
enerzijds uit eigenschappen van de politici zoals hun functie, hun partij en
hun leeftijd en anderzijds uit kenmerken van de nieuwsitems zoals de zender en
het thema. Aan de hand van regressie- en multilevel analyses bepaalde ze welke
factoren verklaren waarom vrouwelijke politici minder aan bod komen in de
televisiejournaals.
De resultaten tonen aan dat voornamelijk de politieke
functie bepaalt hoeveel media-aandacht een politica krijgt en niet haar
geslacht. Een politica zal als minister vaker een nieuwsbron zijn en meer
spreektijd krijgen dan als Kamerlid of Senator. Ook de leeftijd en de politieke
ervaring van mannelijke en vrouwelijke politici verklaren de gender bias gedeeltelijk. Verder bepalen
ook enkele kenmerken van het nieuws zelf hoeveel media-aandacht vrouwelijke
politici krijgen: het thema van het nieuwsitem en het geslacht van de
journalist die het nieuwsitem maakte. Vrouwelijke journalisten selecteren vaker
een vrouw als politieke nieuwsbron dan hun mannelijke collega’s. Ook verschijnt
een politica eerder in een item met een vrouwelijk thema zoals gezondheidszorg
of onderwijs.
Toch is het opmerkelijk dat ondanks alle
gecontroleerde factoren, vrouwelijke politici nog steeds significant minder
spreektijd krijgen. Zo mag bijvoorbeeld een vrouwelijke federale minister
minder lang praten dan haar mannelijke collega, ondanks het feit dat beide dezelfde
functie uitoefenen. Debby besluit dus dat er een reële gender bias aanwezig is in de Vlaamse journaals wat de spreektijd
van vrouwelijke politici betreft.
Voor de volledige tekst van deze bekroonde meesterproef, zie:
http://www.politiekecommunicatie.be/Thesisprijs%202011/Masterproef%20Debby.pdf
Voor beide prijzen werd een reglement opgesteld dat je hier kan downloaden